Binnenklimaat
Het gebouw heeft een bijzonder gezond binnenklimaat, waarvan gescheiden ventilatie het hoofdkenmerk is. Een aantal eigenschappen is bepalend voor dit klimaat.
Vorm en massa
De omgeving wordt door de massa van het gebouw afgeschermd zodat binnen een autonoom systeem kan ontstaan.
Luchtverversing wordt bereikt met een zeer effectieve minimale ventilatiestroom, die samengaat met een minimale temperatuurgradiënt in ruimte en tijd binnen het gebouw. Dit geldt even zo voor de dampspanning.
De kromming van het plafond met hierin de ventilatie kanalen, is constant; dit versterkt de gelijkmatige separate ventilatie. De warme lucht, uitgeblazen adem, gaat gescheiden in de ventilatie kanalen en verlaat de woning boven aan de voorkant.
De kromming is constant
De dwarsventilatie aan de achterkant brengt de relatieve koude lucht binnen Dit houdt een zeer zwakke stroming naar boven gericht, tussen constructie en plafond in stand.
De mens in de woning aanwezig levert zelf de energie (warmte), die nodig is om zijn afgewerkte adem en lichaamsgeur naar boven toe en vervolgens naar buiten toe te ‘ventileren’. De effecten op de gezondheid zijn door experimenten aangetoond.
Systeemfactoren
Massa
Vorm
Dwarsventilatie
Plafond met ventilatiekanalen
Energie voor eigen ventilatiebehoefte
Resultaten
Behaaglijk gevoel
Stofvrije ruimte
Ventilatie volgt de behoefte
Tochtvrije ruimte
Gelijkmatig binnenklimaat
Laminaire luchtstroom
Goede gezondheidscondities
Minder energieverbruik
Hoewel het ventilatiesysteem geheel natuurlijk werkt, kan mechanische afzuiging dit systeem versterken, mits aan bepaalde voorwaarde wordt voldaan (vaak een tijdelijke, lage stroming en op de juiste plaats aangezogen).